Geertruida Gerarda (1)

halfmodel van de 1e Geertruida Gerarda, bouwnr. 425
halfmodel van de 1e Geertruida Gerarda, bouwnr. 425
de Geertruida Gerarda ligt afgemeerd, vermoedelijk in de haven van IJmuiden
de Geertruida Gerarda, gezien aan bakboordzijde, ligt afgemeerd vermoedelijk in de haven van IJmuiden

De Geertruida Gerarda was een stalen driemastbark. Na drie ijzeren schepen nam Pieter een belangrijke beslissing: hij gaf opdracht tot de bouw van een stalen schip! De ontwikkeling van de techniek stond niet stil, ook niet in de scheepsbouw. Er werd inmiddels gewerkt met lichtere staalplaten, in de scheepsbouw kon dat goed gebruikt worden. De opdracht voor de bouw van een nieuw schip werd weer gegund aan Jan en Kees Smit. En in 1888 werd de kiel gelegd op de Krimpense werf.

Over het moment van de kiellegging vond ik een leuk berichtje uit het NRC van 22 nov. 1888, op de site van MarHisData:

De nieuwe bark mat 1364 ton en werd uitgerust met dubbele mars- en bramzeilen. Behoorlijk meer tonnage dus als de vorige schepen van Pieter van der Hoog. De bark had een laadvermogen van ong. 2100 ton.  En de afmetingen waren 223 x 37,2 x 23,6 voet. Het had 2 dekken. Het was een zusterschip van de Martina Johanna dat in dezelfde tijd op dezelfde werf gebouwd werd. Op 18 december 1889 vond de tewaterlating plaats “met het beste gevolg”. In 1890 kwam het nieuwe schip in de vaart.

Kapiteins

Kapiteins op het schip warenC. van Baalen van 1890-1891, daarna F.A. v.d. Mey (1892-1893) en H. Duit Dzn. van 1894 tot aan de ramp in 1902. Want helaas was dit schip geen lang leven beschoren..

bericht in "De Locomotief", 24 febr. 1902
bericht in “De Locomotief”, 24 febr. 1902
bericht in Rotterdamsch Nieuwsblad, 13-6-1898
bericht in Rotterdamsch Nieuwsblad, 13-6-1898

Ramp

Reeds na ongeveer 12 jaar vaart ging de stalen driemaster verloren. De ramp met de Geertruida Gerarda is vrij bekend. In veel kranten stonden er berichten over. Zoals in de West Coast Times van 17 mei 1902:
Freemantle, May 16, 1902. Saved from a wreck. The steamer ST. MARY landed three of the crew of the barque GEERTRUIDA GERARDA bound from Java to Newcastle. She fell in with barque in latitude 30 degrees 20, longtitude 100 degrees 40, drifting hopelessly. The men stated that ten days previously the captain, his wife and sixteen of the crew left in an open boat for Java, then 1800 miles distant. They refused to go, considering the boat overloaded and could not live. The barque struck rough weather on April 27th and heeled over. They cut away the masts but the position got gradually worse and the captain decided to abandon the vessel.”

 Op 1 mei 1902 toen het schip met modderballast onderweg was van Soerabaja naar Australië (Newcastle N.S.W.) kwam het in zwaar weer terecht. (32’Z.B. en 98’O.L.) Modderballast was een tamelijk beruchte lading. Door de bewegingen van een schip werd modder vloeibaar en verspreidde zich over het hele ruim. In het geval van de GG ontstond zware slagzij over bakboord en dook de voorsteven zo diep het water in

Gered

driemastbark "Geertruida Gerarda"
driemastbark “Geertruida Gerarda”

dat het roer in de lucht kwam te hangen.. Het schip werd onbestuurbaar. De grote mast en de fokkemast knapten af. (in de krant stond dat ze de masten afgehakt hadden..) Het schip was niet meer te redden en de kapitein nam het besluit het schip te verlaten. Een boot werd voorzien van proviand en zeevaartkundige instrumenten. Kapitein Duit en zijn vrouw Jansje scheepten zich in met het grootste deel van de bemanning. Drie bemanningsleden bleven aan boord. De sloep werd vrij snel opgepikt door een stoomschip (het troepentransportschip “Draiton Grange”), in Durban konden de schipbreukelingen van boord. Maar hoe verging het de drie achtergebleven bemanningsleden op de GG? Timmerman De Vries, zeilmaker Cock en matroos Huisman dachten dat het schip niet snel zou zinken. Sterke drank was er genoeg aanwezig dus ze dachten het wel een poosje uit te houden.. Na tien spannende dagen werd het afgetakelde wrak gesignaleerd door een Zweeds stoomschip “St. Mary”,  De mannen seinden een verzoek en ze werden opgemerkt. Een gevaarlijk avontuur dat gelukkig voor hen toch goed afliep. Er werd later beweerd dat deze drie bemanningsleden

berichtje in "De Tijd" van 22 mei 1902
berichtje in “De Tijd” van 22 mei 1902

hoopten op een ontmoeting met een groot stoomschip wat hun schip zou kunnen bergen (bergingsloon..). In onze tijd zou de GG ook zeker geborgen zijn. Want het duurde nog een hele tijd voor de Geertruida Gerarda in de buurt van Mauritius zonk. (Mauritius is een eiland in de Indische oceaan, ongeveer 850 km van Madagascar en circa 1800 km ten oosten van het vasteland van Afrika. Mauritius wordt gerekend tot de Afrikaanse landen.) In het NRC van 19 juni 1902 stond dat er geen ruimte genoeg was in de sloep voor iedereen: “Durban, 17 mei. De gezagvoerder van het stoomschip DRAYTON GRANGE heeft op 2 mei op 31º71’ZB en 100º26’OL uit een boot opgenomen kapitein Duit, diens echtgenote, de 1e, 2e en 3e stuurman en 13 overige bemanningsleden van het zeilschip GEERTRUIDA GERARDA, van Soerabaja in ballast op reis naar Newcastle NSW. De GEERTRUIDA GERARDA was op 32º40’ZB en 98º40’OL verlaten met grote en fokkemast overboord, plat op de zijde en in de kop door het overgaan der ballast. In de boot was onvoldoende ruimte, zodat drie man aan boord waren gebleven.”

In De Blauwe Wimpel van 1999 vond ik het volgende stukje: