kapitein Harm Dz. Duit

Kapitein Duit en echtgenote Jansje Schuur
Kapitein Duit en echtgenote Jantje Schuur

Harm Derksz. Duit werd geboren op 14 november 1851 in Oude Pekela en overleed op 22 november 1908 op 57 jarige leeftijd ook in Oude Pekela. Duit was op 30 januari 1884 getrouwd met Jantje Schuur, geboren in 1860 in Nieuwe Pekela. Hun huwelijk bleef kinderloos. Waarschijnlijk voer zij daarom (bijna?) altijd mee met haar man op zijn reizen. Want er was een jonge leerlingstuurman (Rutger A. van Otterloo) tijdens de schipbreuk in 1902 aan boord, die járen later het hele avontuur beschreven heeft. (let op: in april 2015 is het gepubliceerd in VOKabulaire: zie onderaan deze pagina!) Van Otterloo schreef dat op dat moment mevr. Duit haar man al 14 jaren vergezelde op zijn reizen.. Ook tijdens de schipbreuk was zij dus aan boord! Jantje maakte zo heel wat mee.. Zij overleed in 1927 in Oude Pekela.

Harm Duit is gezagvoerder geweest op 3 schepen van Pieter van der Hoog. Over de ramp met de “Geertruida Gerarda” kun je ook lezen op de betreffende bladzij van het schip.

In 2002 ontving het Kapiteinshuis in Nieuwe Pekela (museum) een nieuwe aanwinst: de prachtige foto van Duit en zijn vrouw Jantje.  Het is gemaakt toen hij kapitein op de Jeannette Francoise was! Want om de foto zit een witte ronde lijst in de vorm van een reddingsgordel met gouden opschrift “Jeannette Francoise Krimpen aan de Lek” met de Nederlandse vlag erop en de rederijvlag (blauw met gele ster) van Pieter! (diamtr.22,5 cm) Elk jaar stuurt het Kapiteinshuis een kerstkaart naar haar leden met een foto van een nieuwe aanwinst van het achterliggende jaar. In 2002 sierde het portret van Duit en zijn vrouw de voorkant van de kerstkaart! En in de kaart stond in het kort de geschiedenis van de ramp met de Geertruida Gerarda..  Je kunt lezen dat de kinderloze Jantje zich ontfermde over de jonge matrozen: bij de ramp, voordat ze in de reddingsboot stapten stopte ze ze allemaal een stuk chocola toe.. Mooi toch?

In diverse kranten werd er melding gemaakt van de schipbreuk: in de West Coast Times van 17 May 1902 stond:  “Freemantle, May 16, 1902. Saved from a wreck. The steamer ST. MARY landed three of the crew of the barque GEERTRUIDA GERARDA bound from Java to Newcastle. She fell in with barque in latitude 30 degrees 20, longtitude 100 degrees 40, drifting hopelessly. The men stated that ten days previously the captain, his wife and sixteen of the crew left in an open boat for Java, then 1800 miles distant. Tey refused to go, considering the boat overloaded and could not live. The barque struck rough weather on April 27th and heeled over. They cut away the masts but he position got gradually worse and the captain decided to abandon the vessel.”  De Wanganui Herald van 19 May 1902 vermeldde: “Westport, May 19, 1902. Rescue of a crew by DRAYTON GRANGE. Sir Joseph Ward received a deputation this morning. He received the following cablegram from the Premier from Durban: – I forgot to tell you one cause of our late arrival was searching for a derelict Dutch barque in mid-ocean. Her captain, his wife and 16 of the crew were rescued from an open boat. We lost only eight horses.”

De scheepsramp en de handelswijze van kapitein Duit zijn behandeld door de Raad van Tucht. Er waren heel wat getuigenverklaringen. Allereerst wat betreft de modderballast. Er was weinig begrip voor het besluit van de kapitein om modderballast uit de Kali Mas in te nemen. Het verweer van Duit dat er geen zandballast verkrijgbaar was werd ongegrond verklaard. Dat was een kwestie van tijd en geld. Kapitein Duit had zich “enige meerdere kosten moeten getroosten“. Er zijn geen bewijzen dat zijn rederij daar bezwaar tegen had gemaakt. En het was ook nog eens zeer smerige modder.. Hij had de “gezondheid en reinheid” van zijn schepelingen (o.a. zijn vrouw..) mee moeten laten wegen. Daarbij kwam dat hij ook te weinig gevelingsschotten had geplaatst. De lengteschotten had hij verder door moeten laten lopen en voorin had hij een extra dwarsschot moeten plaatsen. Wellicht was Duit niet genoeg op de hoogte van de gevaren van deze soort ballast? Hij bracht in ieder geval zijn eigen leven, het leven van zijn vrouw en zijn bemanning in gevaar.. De Raad oordeelde met “een scherpe afkeuring”. De tweede berisping ging over het achterlaten van de scheepspapieren. Duit was bang dat ze nat zouden worden in de sloep.. De Raad nam dat argument niet serieus, maar heeft het maar aan de spanning en angst van het moment geweten. Het derde oordeel ging over de ondeugdelijke reddingboot. Maar dat viel onder verantwoordelijkheid van de rederij. Duit kwam er met een schrobbering van af. Er waren “geen genoegzame redenen om de aangeklaagde met een veroordeling te treffen“. (bron: “Kromsluiting in de ijzers”.)

kapitein Duit met zijn vrouw en de bemanning van de Jeannette Francoise
kapitein Duit met zijn vrouw en de bemanning van de Jeannette Francoise

Er bestaat ook nog een foto van kapitein Duit met zijn bemanning op de “Jeannette Francoise”.

Deze hangt in het Kapiteinshuis (museum) in Nieuwe Pekela

.

 

periode schip reder gegevens schip bijzonderheden 
1892-1894 Anna Aleida Pieter van der Hoog ijzeren bark, 1100 nrt. 1886/1887 gebouwd werf J&K Smit
1894-1902 Geertruida Gerarda (1) idem stalen bark, 1300 nrt. 1889/1890 gebouwd werf J&K Smit, 1902 schipbreuk in Indische oceaan, bemanning gered
1902-1903 Jeannette Francoise idem stalen viermastbark, 3250 ton 1891/1893 gebouwd werf J&K Smit