Straat Torres en Fly River

kaart van Fly River uit 1876
kaart van Fly River uit 1876

De Fly is de op één na langste rivier van Nieuw-Guinea. De rivier ontspringt in het centrale bergland van Papua Nieuw-Guinea. In de bovenloop is het stroomgebied bedekt met regenwoud. De rivier vormt vaak enorme overstromingsvlakten omdat er in het gebied veel regen valt (4000 tot 12000 mm per jaar). Over enige kilometers lengte in het westelijke deel van de loop vormt deze rivier de grens met Indonesië (vroeger Nieuw-Guinea genoemd).

De Fly mondt uit in de Golf van Papoea via een 55 km breed estuarium (delta met brak water). In deze rivierdelta ligt een groot aantal moerassige eilanden die begroeid zijn met mangrove. De eerste Europeanen bezochten de rivier in 1842. De Britse marine-officier Francis Blackwood noemde de rivier naar het schip waarover hij het commando voerde: de Fly.

‘De Straat Torres is een beruchte zeestraat tussen Australië en Papoea-Nieuw-Guinea die de Grote en de Indische Oceaan van elkaar scheidt. Feitelijk is het ook het uiteinde van het beroemde Great Barrier Reef. En riffen hebben als nadeel dat je ze níet ziet, maar er wél keihard op kan knallen. Ook is het tegenwoordig een drukke vaarroute én.. is het bezaaid met scheepswrakken’. Rond Indonesië liggen tienduizenden wrakken..

Het Great Barrierrif is het grootste koraalrif ter wereld. Het bestaat uit meer dan 2.900 individuele riffen en 900 eilanden die zich uitstrekken over 2600 kilometer over een gebied van ongeveer 334.400 vierkante kilometer. Ëen van deze riffen is het Paramarif, net onder het deltagebied van de Fly River waar de Krimpen aan de Lek op wrak liep.

Sprekend over een veilige route door Straat Torres bij Australië zei Ton Pronker eens: “Maar de voorkeur voor Straat Torres in de maanden april-september vereist beslist nog een zorgvuldige navigatie. Men moet niet doen, zoals de kapitein van de “Krimpen aan de Lek” die in juli 1902, zonder goede kaarten van Straat Torres, uit Newcastle NSW vertrok en probeerde zonder betrouwbaar bestek die zeestraat binnen te zeilen. Het schip ging dan ook verloren bij de oostelijke ingang van Straat Torres, Bligh Entrance, door stranding op Parana Rif aan de zuidkust van Nieuw-Guinea”

Dat de inboorlingen waardoor de bemanning gered werd hen goed gezind waren was niet vanzelfsprekend! In de Britse zeemansgids uit die tijd, maar ook nog daarna, staat als waarschuwing; “Natives not friendly”of “Natives not to be trusted” of “man eating natives”..! Dat echt niet alle “natives” in deze streken even vriendelijk waren blijkt o.a. ook uit het verslag van het vergaan van het Nederlandse fregat “Aerd van Nes” op de noordkust van Australië in 1854. De bemanning van dit schip zwierf in sloepen bijna zes maanden rond in dit gebied voordat ze in veiligheid geraakten. Tijdens die zwerftocht werden ze door inboorlingen van vrijwel alles beroofd. In de uitgave van 1952 van de U.S. Navy Sailing Directions for New Guinea werd over de bewoners van de Fly River onder meer gezegd: “Cannibalism is extinct in the district known to the government, both on the Fly River and to the westward of it.” Dus het hele avontuur is voor Kapitein V.d. Vegte en zijn bemanning in feite nog heel goed afgelopen!

Het artikel in “Kromsluiting in de ijzers” (Uitspraken van de Raad van Tucht) over de Krimpen aan de Lek eindigt heel veelzeggend: “Mogelijk dat we na ruim een eeuw aan de oevers van de Fly River nog steeds overblijfselen aantreffen van het onfortuinlijke schip. Gedacht kan worden aan dekbalken, masten en ra’s, die nog de daken van huizen en hutten ondersteunen.” Dat 83 jaar na de ramp de scheepsbel zou opgedoken worden heeft de schrijver niet vermoed..