Martina Johanna

zicht tegen het voorschip en boegbeeld van de Martina Johanna op de helling bij de werf L. Smit te Kinderdijk, 1891
zicht tegen het voorschip en boegbeeld van de Martina Johanna op de helling bij de werf in 1891
de Martina Johanna, afgemeerd tegen een dijk, gezien van bakboordzijde
de “Martina Johanna” klaar voor haar 1e reis, in de bezaantop de vlag H86 (Harlinger Collegie Zeemanszorg) van kapitein Bleeker

De Martina Johanna was de tweede stalen driemastbark die Pieter liet bouwen. Het zusterschip van de 1e Geertruida Gerarda. En dit was de tweede keer dat hij een schip vernoemde naar Martijntje, zijn tweede vrouw. Hij had beslist een goede relatie met haar!

In het NRC van 14 januari 1890 stond het volgende berichtje: “Krimpen aan de Lek, 13 januari. Heden werd op de werf van de heren J. en K. Smit alhier de kiel gelegd voor een stalen barkschip, ruim 1300 registertonnen en met een laadvermogen van ongeveer 2100 ton. Het zal gebouwd worden voor rekening van een rederij onder boekhouderschap van de heer P. van der Hoog alhier en zal genaamd worden MARTINA JOHANNA.”  De bark kreeg 2 dekken, een laadvermogen van ong. 2100 ton, het mat 1360 nrt. en de afmetingen waren dezelfde als de 1e GG.: 223 x 37,2 x 23,6 vt. Het schip kreeg als naamsein PLMV. De stalen driemaster werd uitgerust met een kampagne en had daardoor een ruimere accommodatie voor de kapitein en de stuurlieden. Ze kon daar ook enkele passagiers meenemen. Op een gegeven moment voeren er zelfs 6 stuurmansleerlingen mee (1893).

bevrachtingsadvertentie
bevrachtingsadvertentie

In 1892 kwam de stalen driemastbark “Martina Johanna” in de vaart. Kapitein op deze eerste reis was de 48-jarige Harlinger Rein Bleeker.  Hij was ook op de “Anna Aleida” kapitein geweest. En na deze eerste reis met de “Martina Johanna” naar Indië werd hij gezagvoerder op de “Jeannette Francoise”. Op de volgende reis (nog in 1892) werd L. Kruijt kapitein en vanaf 1892 tot 1904 J.J. van der Laag. Daarna in 1905 K.G. Mulder.

halfmodel van de Martina Johanna, bouwnr. 438
halfmodel van de Martina Johanna, bouwnr. 438

Eén van de bovengenoemde 6 stuurmansleerlingen heeft een dagboek bijgehouden van zijn reis met de Martina Johanna tussen 30 juli  en 11 december 1893. (hij stopte met het dagboek bij aankomst in Batavia..) H.W.A. Celosse vertrok op de 30e  juli uit Rotterdam en arriveerde 134 dagen later in Batavia. Ton Pronker heeft het hele dagboek in zijn boek over de Amicitia verwerkt. (blz. 481-536..!) Celosse had nl. ook op de Amicitia gevaren en hield toen ook een dagboek bij. Door zo’n bewaard gebleven dagboek kom je veel te weten over het leven aan boord. En natuurlijk bergt zo’n dagboek een schat aan gegevens over het schip. In 1961 heeft Celosse als 86-jarige een verslag in het blad van de Stichting Kaap Hoorn-vaarders geschreven over zijn zeiltijd! Hij begint zó: “Als 18-jarige voer ik in Juli 1893 van Rotterdam naar Batavia met de bark Martina Johanna. Na een reis van 134 dagen arriveerden we op de reede van Priok in Batavia. Op 41’Z.B., in de “Roaring Fourties”, passeerden we in 3 dagen tijd 83 ijsbergen! Van Batavia gingen we naar Soerabaja, waar we de rest van de stukgoederen losten. Vervolgens naar Madoera voor een lading gestort zout, bestemd voor Benkoelen, Padang en Priaman. Van deze laatste plaats terug naar Priok om te dokken en verder weer naar Soerabaja voor een lading stroopsuiker met “de Azoren voor orders”. Na twee weken veranderde de bestemming en moesten we naar Greenock, Schotland. Van hier ging ik, via Glasgow, als dekpassagier (met een stoombootje) terug naar Rotterdam. Deze reis duurde één en drie kwart jaar. Ik was toen stuurmansleerling.”

Voor deze reis van 1893 was de MJ eerst in Rotterdam-Charlois in droogdok geweest. In september 1894 moest de bark in Tandjong Priok in het droogdok. De kosten voor droogdokken, schoonmaken en schilderen bedroegen 1692 gulden, daarbij nog 190 gulden voor sleepboten en loodsen. Tijdens het dokken bleef de 470 ton ballast in het schip. In Soerabaja werd de ballast gelost; kosten 150 gulden. Behalve uit dagboeken kun je ook vreselijk veel gegevens halen uit brievenboeken en rekening-courantboeken. Je leest bijv. dat Kapitein van der Laag wanneer het schip op de rede van een Indische haven lag, regelmatig in een logement aan de wal verbleef. Hij moest dan veel zaken regelen met betrekking tot de lading, de proviandering, de uitrusting, enz. Tijdens het verblijf op een rede werd een vaste tambangan (overzetveertje) gehuurd waarmee mensen en proviand enz. vervoerd werden. Eind september 1894 laadde de MJ 2056 ton suiker. Die suiker zat in ruim 6700 krandjangs (gevlochten bamboemanden). Tijdens het verblijf in Soerabaya ging Van der Laag nog naar Passaroean. Daar werd ook nog al eens suiker gehaald.

In april 1895 arriveerde de MJ in Greenock waar de meeste bemanningsleden afmonsterden. De suiker werd gelost, ballast werd ingenomen en 13 mei vertrok de MJ alweer! Een stoomsleepboot sleepte de bark naar Rotterdam (met waarschijnlijk aan boord alleen de kapitein, de 1e stuurman en een paar runners). In Rotterdam ging het schip in droogdok. Er werd voor 162 uur een zeilmaker ingehuurd om de zeilen te repareren. En op 16 juli begon de volgende reis naar Java..

In het NRC van 4 juli 1899 stond het volgende bericht: “Krimpen aan de Lek, 1 juli. Volgens bij de reder ontvangen telegram vertrok het barkschip Martina Johanna, kapt. Van der Laag, heden van Newcastle N.S.W. naar Soerabaja.”

kapitein J.J. van der Laag, portret gevonden in het sigarenkistje van opa..
kapitein J.J. van der Laag, portret gevonden in het sigarenkistje van opa..

Kapitein Jan Jacob van der Laag zal beslist een goede kennis van Pieter geweest zijn. In het sigarendoosje met kartonnen foto’s dat jarenlang bewaard bleef in de familie zaten allemaal portretten van mensen die ik niet kende. Maar achterop stonden de adressen van fotografen in bv. Göteborg, Java, enz.. Dus dat fascineerde mij. Inmiddels heb ik één portret getraceerd: Kapitein Van der Laag!!

Rond 1897 was het schip op weg van New York naar Anjer op Java. De bemanning probeerde Kaap Hoorn bij Zuid-Amerika te ronden en zo westwaarts naar Java te varen. Door langdurige tegenwinden lukte dit niet, waardoor men genoodzaakt was te keren en via Kaap de Goede Hoop bij Afrika te varen. Uiteindelijk lukte dit. Doordat al die tijd van het schip niets werd vernomen, dacht men dat het niet meer terug zou keren. Echter na 171 dagen kwam de bark toch de haven van bestemming binnenvaren.

de bark Ellen (ex Martina Johanna) in de haven van Pensacola
de bark Ellen (ex Martina Johanna) in de haven van Pensacola

In 1905 is de Martina Johanna verkocht voor 90.000 kronen (58.500 gulden) naar Denemarken (Vejle). De naam werd toen in “Ellen” veranderd. In maart 1911 was de bark onderweg met een lading gaskolen die op de Atlantische Oceaan ontploft zijn. Het schip raakte zwaar beschadigd, kon nog wel Lissabon bereiken maar daar werd het wrak afgekeurd en voor 6000 gulden aan een sloper verkocht.

 dekgezicht aan boord van de bark Ellen (ex Martina Johanna)
dekgezicht aan boord van de bark ‘Ellen’ (ex Martina Johanna)