Lichtstraal

Lichtstraal, geschilderd, 1882; in de WH York,Pool, Engeland, fokkemast de witte kapiteinsvlag met P v d H, in de grote mast de rode naamvlag Lichtstraal, in de bezaan de rederijvlag blauw met gele ster, daaronder seinvlaggen
Lichtstraal, geschilderd door W.H. York, Pool, 1882; in de fokkemast de witte kapiteinsvlag met P v d H, in de grote mast de rode naamvlag Lichtstraal, in de bezaan de rederijvlag blauw met gele ster, daaronder seinvlaggen

 

Lichtstraal, Comm.Kon. komt kijken
complimentje van de Commissaris van de Koning..

De “Lichtstraal” was een houten  klipper die in 1863 gebouwd werd op de werf van Jan Smit Fzn. in Slikkerveer voor reder Fop Smit uit Nieuw-Lekkerland. Deze klipper behoorde tot de grotere schepen en mat 1500 ton. (794 last of 1259 N.R.T.)  Over de tewaterlating hebben L. Smit & H. Hacquebord in het boekje  “Nederlandse Zeilschepen 1880-1922” geciteerd uit een oude krant: Ridderkerk 7 oktober 1863: “Heden is met het beste gevolg van de werf van de heer Jan Smit F.zn te Slikkerveer te water gelaten het voor rekening van de heer Fop Smit aan Nieuw Lekkerland gebouwde fregatschip “Lichtstraal”, bestemd voor de grote vaart.”

 Mr. A. Blussé van Oud-Alblas noemt de “Lichtstraal” in zijn boek “De geschiedenis van het clipperschip”  onder het kopje  “De grote clippers der zestiger jaren”. Hij zegt: ”Met het bouwen van de “Lichtstraal” toonde Jan Smit zich als specialist op een hem wel zeer eigen gebied: het bouwen van bij uitstek grote clippers.” Door kenners en liefhebbers werd de “Lichtstraal” een zeer fraai en behoorlijk snel schip genoemd.

De naam van het schip had volgens Blussé te maken met het liberale tijdvak waarin het schip gebouwd  werd. Jan Smit noemde 2 zusterschepen, die hij voor zichzelf liet bouwen “Voorlichter” en “Liberaal”.  Ze waren alleen veel groter als de “Lichtstraal” en staan bekend als de grootste houten schepen, in Nederland gebouwd.

Het woord “klipper” stamt af van het Engelse “to clip” en betekend zo ongeveer “hardloper”. Het woord komt uit de Amerikaanse scheepvaartkringen in het begin van de 19e eeuw. Beslist niet alleen de snelheid maakte een schip tot klipper, ook de vorm van de romp en het tuig waren belangrijk. Er was veel onderscheid, bekend waren in ieder geval de theeklippers, wolklippers, juteklippers en opiumklippers, genoemd naar de producten die ze vervoerden. Er waren ook heel wat schepen die onterecht de toevoeging “klipper” kregen, vaak hadden ze alleen maar kapiteins die hun schip “afjakkerden”.

In het boek “Kromsluiting in de ijzers” van Bik en Roos staat vermeld dat er door de (in 1856 ingestelde) Raad van de Tucht een klacht is ingediend tegen een kapitein van de “Lichtstraal”. (men kon zich als bemanning, passagier of reder tot de Raad wenden als de kapitein van een schip zich misdragen had.) Er is een uitspraak van 5 augustus 1867. De kapitein werd vrijgesproken, maar wel berispt. Waar het over ging vermeldt het boek niet. Waarschijnlijk betreft deze berisping kapitein J. Jansen (?).

matroos Franciscus Leonardus Bank overleed aan boord van de "Lichtstraal" op 5 juni 1869
matroos Franciscus Leonardus Bank overleed aan boord van de “Lichtstraal” met gezagvoerder J. Jansen op 5 juni 1869 terwijl het schip op de rede van Brouwershaven lag. F.L. Bank was geboren op 11 mei 1842 in Amsterdam, hij was ongehuwd; de reden van het overlijden staat niet vermeld
adv.passage naar Ned.op Lichtstraal
berichtje in Bataviaasch Handelsblad, 18 aug. 1873

In deze jaren heeft de “Lichtstraal” verschillende reizen naar Batavia gemaakt met detachementen soldaten. Koloniale troepen voor het Oost-Indische leger. Tussen 1866 en 1869 zijn er 4 reizen bekend: In 1866 vervoerde de “Lichtstraal” met kapitein Wierikx 125 soldaten en 3 officieren in 84 dagen naar Batavia. In het volgende jaar 1867 vervoerde J. Jansen in 89 dagen 125 man en 3 officieren, in 1868 in 90 dagen 150 soldaten met 3 officieren en voor de derde keer kapitein J. Jansen in 1869, nu weer 125 soldaten en 3 officieren in 82 dagen zeilreis. Tijdens deze reis overleed er 1 soldaat.

Kapitein J. Oderwald noemt in zijn boek “Nederlandsche Snelzeilers” een uitreis naar Batavia in 1868 van 88 dagen (of dat dezelfde reis is met die soldaten?.. daar werd nl. 90 dgn. genoemd) Oderwald noemt in 1871 een (lange!) thuisreis van 117 dagen. Blussé schrijft hierover: “Het is de vraag of zij een maatstaf voor de kwaliteiten van dit schip mogen bieden.”

 In ieder geval heeft die lange thuisreis de reputatie van het schip niet geschaad. Want in de “Nieuwe Rotterdamsche Courant” van 27 juli 1871 stond een advertentie als dankbetuiging van de passagiers voor de voortreffelijke tafel, bediening en behandeling aan boord van het schip gedurende de reis ondervonden!

Kapitein Oderwald schrijft trouwens in zijn boek dat er door oudere zeelieden omstreeks 1890 nog met vuur en geestdrift over de “Lichtstraal” gesproken werd! Zij hadden tot de bemanning behoord en hun aandeel gehad in “het voortstuiven van dat ranke, gratieuze schip en daarop waren zij met recht trotsch.”

berichtje in Samarangsch Handelsblad, 9 april 1880
berichtje in Samarangsch Handelsblad, 9 april 1880

Kapiteins op de “Lichtstraal” waren achtereenvolgens P. Wierikx (1864-1866), J. Jansen (1867-1869), D. Gomes (1873), weer J. Jansen (1874-1875), L.Hulshoff (1876), M. v.d. Valk (1877-1879), W.L. v.d. Vegte (1883-1884), C. Rohl (1886). In 1874 werd het schip overgenomen door rederij Van Zeylen & Decker uit Rotterdam voor 105.000 gulden. De “Lichtstraal” voer nu verder onder de naam “Susanna Johanna” onder het commando van kapitein L.Hulshoff. Van Zeylen & Decker ging echter failliet. En toen kwam het in handen van Pieter van der Hoog!

Pieter staat hierdoor bekend als “een boerenzoon met warme belangstelling voor de zeilvaart, die de “Lichtstraal” in haar nadagen onder zijn vlag had“. Hij kocht het schip in 1879 voor 25.500 gulden en herstelde de originele naam “Lichtstraal”.

Kapitein werd M. van der Valk. Over deze kapitein is het een en ander bekend! Het is allemaal te lezen in het submenu.

In het Samarangsch Handelsblad van 9 april 1880 vond ik een leuke advertentie waarin passage naar Nederland werd aangeboden. Er wordt in die advertentie reklame gemaakt met het feit dat het schip “uitmuntend is ingericht voor Passagiers en een Geëxamineerd Geneesheer benevens een Melkgevende Koe vaart”.. Práchtig toch!

In 1882 was W.v.d.Vegte kapitein op het schip. Deze werd later kapitein op de driemastbark “Krimpen aan de Lek”

van het prachtige schilderij van scheepsschilder C.A. de Vries werden ook ansichtkaarten gemaakt..
van het prachtige schilderij van scheepsschilder C.A. de Vries werden ook ansichtkaarten gemaakt..

In 1884-1885 startte Pieter met  de bouw van drie nieuwe schepen, hij wilde van de houten schepen af en verkocht daarom de ouder wordende

Lichtstraal, tekening in 1868 gemaakt door de bekende scheepsschilder Jacob Spin
Lichtstraal, tekening in 1868 gemaakt door de bekende scheepsschilder Jacob Spin (1806-1875)

“Lichtstraal” in 1885 voor 14.400 gulden aan Reder August Köpcke uit Rotterdam. (uit deze prijs blijkt de degeneratie van de oude klipper..) Hij kreeg weer een nieuwe naam: “Jacoba” en C.Rohl werd de nieuwe kapitein. De nieuwe reder had niet lang plezier van het schip, want in het daaropvolgende jaar op 10 oktober 1886 brak het doormidden en zonk toen het voor de kust van Cheribon geladen lag met zout (Straat Soenda).

Lichtstraal, geschilderd door J.Boerman
Lichtstraal, geschilderd door J.Boerman

 

prentbriefkaart van de Lichtstraal, gezien van stuurboord achter, J.W.Heyting (1915-1995; schilder, illustrator)

In de 19e eeuw werd er met geestdrift over de “Lichtstraal” gesproken.., ook werden kunstenaars er door geïnspireerd.. de bekende Jacob Spin.. later C.A. de Vries.. Wij hebben een schilderijtje van de “Lichtstraal”, geschilderd door wijlen J.Boerman uit Spijkenisse.

Het is nageschilderd van het bekende schilderij van C.A. de Vries.