biografie

 

Jeugd van Pieter

Pieter van der Hoog werd op 24 december 1835 geboren op een boerderij in Krimpen aan de Lek. Deze boerderij stond langs de Noordendijk die ligt aan de Bakkerskil, een zijtakje van de Lek. Later werd het adres Noord 8. Pieter was het eerste kind van Gijsbert van der Hoog (geboren 12 Noordendijkseptember 1808 in de garnizoensstad Willemstad) en Chila Schinkel (geboren 24 september 1810). Vader Gijsbert werkte waarschijnlijk op de boerderij van zijn ouders, want een jaar later neemt hij de boerderij met bijbehorende gebouwen, zomerhuis, boomgaard en landerijen over van zijn ouders (bijlage koopakte!). Drie jaar na Pieter wordt Adrieanus geboren (febr. 1839) en nog weer drie jaar later Huig (juni 1842). Daarna twee keer een zoontje Marinus, beiden stierven jong, de eerste werd een maand oud en de tweede werd nog geen twee jaar!

Waarschijnlijk is Pieter’s liefde voor de zee op de lagere school ontstaan. Daar was al vanaf 1833  een onderwijzer die zeevaartkunde gaf.  Zijn ouders zullen zijn hang om zo jong al naar zee te gaan waarschijnlijk niet gestimuleerd hebben. Het waren gelovige en verstandige mensen, die de gevaren van het zeemansleven op de grote vaart onderkend zullen hebben.

Toch ging Pieter op 12-jarige leeftijd al naar zee. De eerste reis zal niet helemaal meegevallen zijn want daarna6 1e steen Maria Adriana, 11-4-1856bew bleef hij een poosje thuis. Volgens zijn kleinzoon, de bekende dermatoloog Dr.P.H. v.d. Hoog (1888-1957) is hij de eerste keer gewoon weggelopen thuis en heeft hij toen aangemonsterd in Antwerpen op een zeilschip als scheepsjongen naar de Oost. Dat schip liep in de Torresstraat (zeestraat tussen Australië en Nieuw-Guinea) op een rif. De bemanning wilde het schip in de reddingsboten verlaten want de inboorlingen kwamen in hun prauwen om het schip te enteren.. (angst voor koppensnellers..) Pieter reageerde te enthousiast.. hem lokte het avontuur.. De kapitein, woedend over het mogelijke verlies van zijn schip, ranselde hem het vooronder in.. zodat hij dagen niet lopen kon..

Maar de zee bleef trekken, Pieter ging als scheepsjongen varen in de kustvaart op Scandinavië. Zijn moeder had volgens de verhalen van Pieter’s kleindochter Chila (mw.v.d.Bas-v.d.Hoog, 1893-1971) een broek met “dubbele konten” voor hem genaaid, zodat hij wat beschermd was tegen de klappen van het ruwe scheepsvolk… Daarna vertrok hij naar het Verre Oosten.. (precieze gegevens ontbreken nog, welk schip enz.) Volgens de verhalen van Chila van der Bas kwam hij op zijn zestiende pas weer terug en bracht hij een negervriend en een aapje mee.. In die tijd kregen Pieter en zijn broers nog een zusje Maria Adriana (9 juli 1852). Het was de oogappel van het gezin, een lief en knap meisje. Toen Gijsbert en Chila in het voorjaar van  1856 een nieuwe boerderij lieten bouwen mocht zij de eerste steen leggen.. [kader Riet 1e steen vlg.boerderij 1969]

Tussen zijn reizen door leerde Pieter voor stuurman. Vanaf 1857 ging hij daarvoor naar de kleine maar goed bekend staande Zeevaartschool aan de Dorpsstraat te Krimpen aan de Lek. (school stond op de plaats waar later Reklameburo Hardam gevestigd was). De school stond onder leiding van Arie Hoorweg, een deskundig onderwijzer in de wis- en zeevaartkunde. Hij heeft naam gemaakt met het schrijven van twee zeevaartkundige leerboeken. leerboek HoorwegbewDeze boeken werden ook in druk uitgebracht. Dit betekende voor de leerlingen een grote vooruitgang. Eerst moesten ze alles overschrijven. Het eerste boek heet: “Kort begrip der stuurmanskunst” en volgens de ondertitel “behelzende vooral de voornaamste regelen en voorschriften tot het vinden der lengte op zee, opgehelderd en gevolgd door vele voorbeelden ter bewerking.” In het voorwoord schrijft Hoorweg: ”Mogt het ons gelukt zijn, iets bij te dragen tot de vorming en aanbrenging van Nederlandsche Zeelieden, dan zullen wij ons de genomene moeite geenszins beklagen.”

de voormalige Zeevaartschool van Arie Hoorweg (?)
de voormalige Zeevaartschool van Arie Hoorweg (?)

Het werd uitgegeven in 1839.  Het is leuk om wat uit de inhoudsopgave te citeren: “Over het gebruik van den almanak, over het vinden van den waren en middelbaren tijd aan boord, over het vinden der breedte op zee, over den maans doorgang door den meridiaan“, enz.. Het tweede boek volgde in 1848 en heet “Gronden der zeevaartkunde; behelzende eene eenvoudige ontwikkeling der formulen, op welke de bewerkingen der zeevaartkunde rusten”. Hoorweg moet wel lang in Krimpen gebleven zijn want in de notulen van de Krimpense zangvereniging van 1868 kun je nóg over hem lezen: Het koor repeteerde in de zeevaartschool en had het touw van een wereldkaart kapot gemaakt.. Hij vroeg ook om een voetenbankje; zijn gezondheid werd minder.. en het voortbestaan van de zeevaartschool werd onzeker.

Pieter als stuurman

Pieter was ijverig en leerde goed. Toen hij in het huwelijk trad was hij al 2e stuurman. Hij trouwde in Krimpen aan de Lek met de 23-jarige boerendochter Chila de Jong op 11 maart 1859. Haar vader was Cornelis de Jong, een rijke boer met een boerderij aan de Rijsdijk. Chila ging af en toe voor een kort reisje of een gedeelte van een reis mee met Pieter. Voor de rest bleef ze gewoon bij haar

Chiela van der Hoog- de Jong, de 1e vrouw van reder Pieter, in Zweedse klederdracht.
Chiela van der Hoog- de Jong, de 1e vrouw van reder Pieter, in Zweedse klederdracht.

ouders wonen, Pieter vond dat veel voordeliger. Het meevaren was geen succes, ze had veel last van zeeziekte.

Toen het 2e kind geboren werd was Pieter al opgeklommen tot 1e stuurman. Machiel Cornelis werd geboren op 20 oktober 1861 en werd later de trots van zijn vader. Pieter had nl. ook een warm hart voor het Leger en één van z’n liefste wensen werd vervuld toen Machiel in 1881 benoemd werd tot 2e Luitenant der Artillerie. Machiel klom zelfs op tot generaal. [subpagina over Machiel en nageslacht, zoals Dr.P.H.vd.Hoog ed..] Ook het nageslacht van Machiel bleef in militaire dienst, de militaire Van der Hoog-tak dus.. (zoon Martinus Johannes Luitenant Kolonel der Artillerie en kleinzoon Max Luitenant Kolonel der Cavalerie.)

Het is bekend dat Pieter als 1e stuurman gevaren heeft op de bark “Mary en Hillegonda.” Op deze bark was Hendrik Okko Piccardt (1827-1866) kapitein rond 1862. Het schip is gebouwd op de werf van Cornelis Smit in 1856. Van kapitein Piccardt is bekend dat het een zeer belezen en ontwikkeld man was. Pieter maakte samen met deze kapitein ook nog een reis naar China als eerste kapitein. Na deze reis bleef Piccardt aan de wal (hij woonde in een heel mooi huis naast de werf van Joost Pot) en ging zijn ervaringen en studies over de natuur, de bevaren oceanen en de sterrenhemel op papier zetten.

Pieter als kapitein

Pieter is daarna opgeklommen tot kapitein op een nieuw schip! In 1863  (op 28-jarige leeftijd!) werd hij door de reder J.H.von Santen aangesteld als gezagvoerder op de nieuwe houten bark “Bastiaan Pot”. Dit schip is aan de overkant van de Lek op de werf van Gebr.Pot gebouwd.

advertentie scheepswerf Gebroeders Pot
advertentie scheepswerf Gebroeders Pot

Pieter had zelf ook een aandeel in het schip; waarschijnlijk omdat hij uit een gegoede boerenfamilie kwam.. Het brievenboek dat Pieter in die tijd

de rede van Panaroekan
de rede van Panaroekan aan Straat Madoera, Oost-Java

(1863-1867) aan zijn reder schreef is bewaard gebleven. Aan de hand van dit brievenboek is er in 1986 een boekje verschenen met de titel “De bark Sebastiaan Pot, brieven van kapitein Pieter van der Hoog”. Kenners vinden het niet zo’n goed boekje, de naam van het schip is fout en er staan nogal wat foute interpretaties in; de schrijvers zijn geen kenners van de zeilvaart uit die dagen. Toch is het heel leuk om te lezen, je leert iets over de persoon en het karakter van Pieter kennen. Hij komt in de brieven naar voren als een bekwaam en zelfbewust man, die wist wat hij deed. Hij verdedigde zijn beslissingen krachtig, b.v. als Von Santen het niet met hem eens was. Toch verloor hij de gezagsverhouding met zijn reder niet uit het oog. Hij straalde gezag uit, maar kon het zelf van zijn meerderen ook accepteren. Hij nam op eigen houtje belangrijke beslissingen, bv. bij het verwerven van lading. Het volgende voorval speelde zich af in 1864 in Ned. Indië. Het schip kwam met ballast van Melbourne en lag voor anker op de rede van Panaroekan. Pieter maakte toen als echte boerenzoon een lange rit te paard naar Soerabaya om te overleggen over zijn volgende lading. Toen met die lading suiker en koffie in Soerabaya het schip niet vol kwam, zond hij een telegram naar de hoogste baas van de Factorij der Nederlandsche Handel Maatschappij (N.H.M.) in Batavia met de vraag om aanvullende lading. En bijv. in 1866 koos hij zelf voor een lading rijst van Akyab naar Europa, omdat hij de suikervracht van Java te laag vond. De communicatie ging in die tijd nog zeer langzaam: Von Santen hoorde de beslissingen pas toen het schip al bijna thuis was..

Het gezin van Pieter was intussen uitgebreid met een 3e kind: Gijsbert, geboren in maart 1864. Dit werd de verhalenverteller van de familie. Hij hield van gezelligheid en had altijd tijd. Volgens de verhalen dronk hij wat veel.. Het 4e kind van Pieter en Chila werd op 25 december 1865 geboren. Dit  was Cornelis onze overgrootvader! Hij werd later boer op Noord 8, waar zijn zoon Willem (1892) en zijn kleinzoon Wim (1929), mijn vader, hem opvolgden. Tijdens de geboorte van Cornelis (Kees) was Pieter nog lang en breed op zee. Toen hij later thuis kwam nam hij de belangrijke beslissing om nu toch een eigen huis te kopen. Hij kocht het huis van weduwe Van der Linde aan de Rijsdijk 69.

Rijsdijk 69 (met de mooie dakkapel..), hier ging Pieter in 1866 wonen met zijn gezin

Het huis stond náást de boerderij van zijn schoonvader.

Een paar maanden eerder (september 1865) was de jongere broer van Pieter, Adrianus, op 26-jarige leeftijd overleden. Pieter was toen ook op zee. Naar aanleiding van dit sterven schreef hij een ontroerend gedicht. (A.P. v.d. Hoog of  “Adrie” schreef erover in een brief van aug.’83 aan Jan v.d. Bas: “Zeer droevig is geweest dat op 10 sept. van dat jaar, op 26 jarige leeftijd Janus overleed aan wat men toen de “vliegende tering” noemde. In die tijd was Opa met zijn schip in het Verre Oosten en op de Golf van Bengalen heeft hij toen een gedicht op dit overlijden geschreven dat vele jaren bij Uw Oom Willem te Krimpen als stuk van grote waarde bewaard is. Mogelijk bij de brand in 1968 gesneuveld. Helaas is het nergens meer te vinden”. (P.Breedijk heeft het vroeger of bij opa of bij Adrie v.d.Hoog gelezen en is er ook naar op zoek geweest.)

Voor de geboorte van Cornelis woonde Chila met de kinderen nog steeds in bij haar ouders Cornelis en Neeltje de Jong- de Jong. Over deze Cornelis staat in stamboomgegevens vermeld dat hij “meester bouwman” was.

linksachter de boerderij van Cornelis de Jong
linksachter de boerderij van Cornelis de Jong

Als Pieter thuis was kwamen er natuurlijk ook allerlei zeelui en kapiteins over de vloer. Nu had Chila een drie jaar oudere zus Martijntje Johanna die ongetrouwd was. Zij raakte ongehuwd zwanger en het verhaal gaat dat het van één van de kapiteins was, een goede vriend van Pieter. In 1864 kreeg zij een dochter Neeltje, die later Nees genoemd werd. De kapitein scheen dolgraag met de zus van Chila te willen trouwen, maar Martijntje wilde niet en bleef ongehuwd moeder, zeer ongebruikelijk in die tijd! (Bastiaan Pot; brief Pieter vanuit Londen aan kapitein ’t Hoen.)

Je kunt in het brievenboek lezen dat Chila tussen 1864 en 1865 een reisje meemaakte naar Zweden waar ze heen voeren om hout voor Melbourne in te nemen. Op de terugreis gingen ze langs Brouwershaven voor aanvulling van de watervoorraad en provisie. Chila ging daar weer van boord, ze was vaak misselijk..

Uit de brieven is bekend dat Pieter niet zo erg te spreken was over de “Bastiaan Pot“. Hij vond het een slecht sturend schip en veel te langzaam. Hij klaagde in zijn brieven daarover tegen Von Santen.

Intussen was er voor rederij Van Santen (in het dorpje Krimpen aan de Lek werd Von Santen al snel Van Santen genoemd..) een nieuw schip in aanbouw. Op de werf van Pot werd een houten fregat gebouwd, de “Antje”. Pieter liet in zijn brieven wel merken dat hij liever het commando over het nieuwe schip zou krijgen.. Na overleg met de aandeelhouders liet Van Santen weten dat hij kapitein van het nieuwe schip mocht worden. Er werd tevens aan Pieter om advies gevraagd over de manier van tuigen.  In het voorjaar van 1867 bleef Pieter thuis, hij moest adviseren bij de verdere afbouw van de “Antje”. En in april was het zover.. de “Antje” vertrok via Rotterdam naar Hellevoetsluis. Daar moest Pieter veel geduld oefenen, het was te slecht weer om uit te zeilen.. Al snel kreeg hij daar een verwijtende brief over van Van Santen. Maar Pieter was niet mis en schreef op hoge poten terug: “.. ik was in de veronderstelling zooveel vertrouwen van UEd. te bezitten, dat ik de belangen van het schip behartigde. Ja, durf gerust te zeggen dat de belangen van het schip mij heilig zijn en indien U meent dat ik dit vertrouwen niet waardig ben, is het onverantwoordelijk van UEd. tegenover de reederij, mij het schip te laten voeren. Ik durf zeggen in het volle bewustzijn, altijd en in alle opzichten mijn uiterste pligt betracht te hebben. Beschouwd te moeten worden als een verzuimer van mijn pligt is mij ondragelijk. Ik ben hierdoor grootelijks beleedigd!..” Er gingen zo nog wat meer brieven heen en weer waarin Pieter zelfbewust en zelfverzekerd over komt, de toon werd alleen wat milder. Je merkt erin dat hij het graag weer goed wilde hebben met Van Santen.

Ook om financiële redenen wilde hij geen ruzie krijgen; hij zat zelf met een behoorlijk aandeel in het schip. Dit wordt duidelijk uit een brief van 22 april 1867: “.. Tegen gegronde aanmerking van UEd. zal ik mij nooit verzetten, en hetgeen UEd.  mij meldt, dat het aan mij staat om mijzelve daaraan te onttrekken, kunt UEd. zelf licht begrijpen dat ik zulks nimmer doen zal, daar ik vooreerst méér dan mijn vermogen heb opgeofferd om op deze hoogte te komen en al ware het dat U mij schadeloos stelde aangaande geldelijke zaken, had ik toch ofschoon onschuldig, mijn recht verloren en de naam moeten dragen van ontslagen schipper. Beter ware het dan, dat wij nimmer met elkander in aanraking gekoomen waren.”

Uit deze briefcitaten kun je merken dat het kapiteinsleven niet altijd over rozen ging! Pieter moest soms enorm moeilijke beslissingen nemen en kreeg daarbij niet altijd evenveel begrip van zijn meerdere. En dan te bedenken dat hij in die tijd nog geen 35 jaar was!

Ook in zijn privéleven ging het Pieter niet altijd voor de wind. Chila werd ziek, ze kreeg open tbc. Het werd zo erg dat Pieter aan de wal bleef. Zijn zoon Machiel schreef er later in een rouwbrief in de antieke familiestatenbijbel het volgende over: “In 1871 moest hij zijn betrekking tijdelijk vaarwel zeggen, wegens ernstige ziekte mijner moeder. Met grote toewijding heeft hij zich tot haar dood toe aan hare verpleging gewijd. Het waren voor hem harde jaren, ook omdat hij de zee zoo liefhad en zoo geheel opging in zijn betrekking.” En zijn kleinzoon Adrie schrijft in een nagelaten brief: “Mijn moeder Geertje heb ik vaak horen vertellen dat haar eigen moeder Chila een zeer smartelijk ziekbed gehad heeft. Open t.b.c., zodat zij op een waterbed verpleegd moest worden. Daardoor ging Opa niet meer naar zee, hij ging zich meer toeleggen op zijn reederswerk.” Chila overleed op 13 februari 1873 en Pieter bleef achter met 5 jonge kinderen: Geertje, de oudste was toen pas 13 jaar oud en de jongste zoon Adrianus (hij was op 5 dec. 1868 geboren) was nog maar 4 jaar..

Ik vermoed dat de 3 jaar oudere zus van Chila, Martijntje Johanna, toen voor de kinderen is gaan zorgen. Haar eigen dochtertje Neeltje (ze werd meestal Nees genoemd) was inmiddels bijna 6 jaar.

Martijntje Johanna van der Hoog- de Jong, de 2e vrouw van Pieter
Martijntje Johanna van der Hoog- de Jong, de 2e vrouw van Pieter

Na de rouwperiode trouwde Pieter met Martijntje, op 19 maart 1874 in Krimpen aan de Lek. Omdat het vrij snel na het overlijden van zijn eerste vrouw was moest hij de wettelijk vereiste dispensatie aanvragen. Nees heette nog steeds De Jong, de achternaam van haar moeder. Ze werd door Pieter “geëcht” en heette vanaf die tijd Nees van der Hoog. Het zal wel altijd een raadsel blijven of Nees nu werkelijk een dochter van een kapitein was of (wat verschillende mensen zeggen) dat ze ook gewoon een dochter van Pieter was. Hij was in ieder geval zeer op haar gesteld. Nees stierf jong, in 1903 en werd als eerste in de graftombe van Pieter aan de Molenweg in Krimpen aan de Lek bijgezet. (Het jaartal op de tombe is 1903, Pieter stierf pas in 1906).

Nees, de dochter van Martijntje werd als eerste bijgezet in de graftombe van Pieter
Nees, de dochter van Martijntje werd als eerste bijgezet in de graftombe van Pieter

In het jaar dat Pieter hertrouwde gebeurde er nog iets heel ergs in zijn gezin. Op 5 december 1874 overleed zijn jongste zoontje Adrianus, op zijn 6e verjaardag.. Het is (nog?) onbekend wat de oorzaak was en of Pieter toen al thuis was.

Pieter ging nl. nog één reis maken als kapitein op de “Antje”. Vanaf 1875 bleef hij voorgoed aan de wal . Hij werd de rechterhand van Van Santen op het rederijkantoor, dat toen op de werf van Jan en Kees Smit gevestigd was.

Pieter als reder

Na het overlijden van Van Santen in 1877 werd Pieter door de aandeelhouders van de “Bastiaan Pot” en de “Antje” benoemd tot opvolger van Van Santen. Pieter had inmiddels een behoorlijk financieel aandeel in beide schepen zitten. Het geld daarvoor kwam waarschijnlijk ook uit zijn boerenfamilie, ze hadden nogal wat land en Pieter handelde zelf ook in stukken land. Zijn schoonvader C. de Jong was ook niet onbemiddeld, dus wellicht had die hem ook geholpen, maar dat weet ik nog niet zeker.

Behalve zijn belangen in boerenland in de omgeving investeerde Pieter in zijn beginjaren als reder ook in stoomsleepboten en stoomvrachtschepen in de binnenvaart. Hij participeerde nl. in de “Stoombootreederij op de Lek”(plaatje) en later was hij President Commissaris van de “Maatschappij voor Schroefstoombootdienst” in Haarlem. (scan aandeel)

reder Pieter
reder Pieter

De ”Bastiaan Pot” was vernoemd naar de scheepsbouwmeester Pot.  De “Antje” was ook vernoemd naar een familielid van Pot. Pieter veranderde die naam nu in “Martina Johanna”, naar zijn 2e vrouw. Hieruit kun je afleiden dat hij de belangrijkste aandeelhouder in het schip was.

Pieter was behoorlijk zelfbewust. Hij verving de rederijvlag van Van Santen door zijn eigen vlag! Hij koos voor een korenblauwe vlag met een vijfpuntige gele ster in het midden. Op sommige schepen zien we een witte vlag met een rode ster als rederijvlag. Misschien dat hij in die schepen niet het grootste aandeel bezat, maar bv. de scheepsbouwfamilie Smit? (foto vlag)

bladzijde uit het chequeboek van Pieter
bladzijde uit het chequeboek van Pieter

Hij had ook kwitanties met een eigen embleem, waarvan ik er nog een paar in mijn bezit heb.

In die jaren verzegelde men brieven met een lakzegel. Pieter liet een stempel maken met zijn initialen erin gegraveerd: P.v.d.H., dat hij in de rode lak op enveloppen met uitgaande post drukte. Ook liet hij waarschijnlijk in die tijd een stempeltje met zijn wapen maken: 3 bijenkorfjes. Verdere gegevens over dat wapen heb ik nog niet achterhaald. De stempels en een envelop met lakzegel heb ik van mijn ouders gekregen.

naamstempel met PvdH erin en wapenstempeltje met 3 bijenkorfjes
naamstempel met PvdH erin en wapenstempeltje met 3 bijenkorfjes

 

 

 

 

 

 

 

 

 

In 1879 gaat Pieter zijn “vloot” uitbreiden! Hij koopt de bekende, in 1863 gebouwde clipper “Lichtstraal” van Van Zeylen & Dekker te Rotterdam voor 25.500 gulden. Dit schip, een houten clipper-fregat van 1500 ton, was in 1863 te water gelaten van de werf van Jan Smit Fzn. in Slikkerveer.

Er volgden daarna intensieve jaren voor de inmiddels 45-jarige Pieter.

Hij verkocht in 1880 de “Bastiaan Pot” en wilde eigenlijk van de houten schepen af. Er is een correspondentie bewaard gebleven met Rijkee & Co. en met J. & K. Smit over de evt. bouw van een ijzeren schoenerbark. Uit deze bewaarde correspondentie kun je opmaken dat Pieter onafhankelijker was van Smit dan over het algemeen wordt gedacht. Het hele plan ging niet door want Pieter kwam tot de konklusie dat hij op grotere schepen moest mikken..  In 1885 verkocht hij de oude houten “Martina Johanna” en de “Lichtstraal”.

Amicitia
Amicitia

Hij liet in de periode 1884-1885 drie nieuwe schepen van ong. 1100 ton bouwen, ijzeren barken,  eigenlijk zusterschepen van elkaar: de “Amicitia”, de “Krimpen aan de Lek” en de “Anna Aleida”. De eerste werd op de werf van Rijkée in Rotterdam gebouwd, de twee anderen bij Smit in Krimpen. De “Krimpen aan de Lek” werd naar de gezamenlijke woonplaats genoemd en  “Amicitia” betekent vriendschap, een betekenisvolle naam dus, duidend op de vriendschap tussen de heren. En Anna Aleida heette de dochter van Kees Smit..

Krimpen aan de Lek
Krimpen aan de Lek

 

Anna Aleida
Anna Aleida

Pieter werd nu de grootste en tevens de laatste Nederlandse zeilschipreder. En dat in een tijd waarin veel reders van zeilschepen er al mee ophielden! Pieter echter niet.., hij wilde niet geloven dat “stoom” de plaats van “zeilen” geheel zou innemen. Hier was ook sprake van een stuk liefhebberij!  Dichter J.J. Slauerhoff, scheepsarts en neef van kapitein Pronker van de Amicitia zei: “zeilen is eigenlijk de enige ware zeevaart, op een stoomboot leef je niet met de zee.” Wie eenmaal gevormd was op een zeilschip, vooral als kapitein, vond er niks aan om op een stoomschip te gaan varen. Een goed voorbeeld hiervan waren kapitein Van der Laag, gezagvoerder op de “Martina Johanna” en kapitein Pronker van de “Amicitia“. Zij maakten heel bewust de keuze voor een zeilschip boven een baan in de stoomvaart. Op een zeilschip was je meer vakman. Ook Pieter was geheel gevormd op een zeilschip. En het was zeker niet zo dat er niets meer te verdienen viel met zeilschepen. Dit betekende niet dat hij niets in “stoom” zag! Hij was zakenman genoeg om ook te investeren in stoomschepen (“Stoomboot Reederij op de Lek”, “Maatschappij

Kees Smit, zakenpartner en vriend
Kees Smit, zakenpartner en vriend

voor Schroefstoombootdienst” te Haarlem, enz.)

reklame affiche van J&K Smit
reklame affiche van J&K Smit

Pieter was een man met ambities en ondernemingszin. Hij wist nog genoeg mensen te vinden om als participanten in zijn nieuwe zeilschepen te investeren. Vooral zijn zakenvriend en overbuurman Kees Smit had veel vertrouwen in hem. Smit was bereid om een behoorlijk deel van de bouwkosten in de schepen “te laten zitten”. Dit kon Kees wel doen omdat de bouw van zeilschepen slechts een deel van zijn omzet betrof.

Er werd op de Krimpense werf ook veel reparatiewerk gedaan en er werden bijvoorbeeld stoomschepen voor de binnenvaart gebouwd.

Tussen 1889-1891 liet Pieter twee stalen driemastbarken bouwen: De “Geertruida Gerarda” en de “Martina Johanna”. Het waren twee zogenaamde zusterschepen. De GG werd naar de vrouw van Kees Smit vernoemd. Deze driemaster verging in mei 1902 toen het schip onderweg was van Soerabaya naar N.S.W., Australië. De modderballast ging schuiven tijdens een storm..

Voor de MJ die weer naar Martijntje zijn 2e vrouw genoemd werd, werd de kiel gelegd in januari 1890. Het schip kwam in 1891 in de vaart en voerde op haar eerste reis de witte  vlag met rode ster. Later werd het de rederijvlag (blauw met gele ster). Haar naamsein was PLMV. Er  is een dagboek bewaard van stuurmansleerling Celosse tijdens een reis van Holland naar Java. Samen met een notitieboekje van kapitein Van der Laag levert dit aardig wat gegevens over de MJ op.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Dat ook de andere “Smitten” investeerden in de schepen van Pieter is af te leiden uit de naam van de viermastbark “Jeannette Francoise“:genoemd naar Jeannette Francoise Beckman, de vrouw van Hendrik Smit.(foto) De “Geertruida Gerarda” (de driemaster en later de bekende viermastbark!) werden vernoemd naar Geertruida Gerarda Aalbers, de vrouw van Kees.

 

wordt vervolgd…

6 comments on “biografie

  1. Jan Schouten MMzn

    Beste Riet,

    Een mooi stuk werk! Bijzonder interessant om zo de geschiedenis te ontsluiten.

    Vriendelijke groeten,

    Jan Schouten
    Leusden

  2. Saskia Bon

    Mijn overgrootmoeder heette van der Hoog, was een dochter van Arie van der Hoog, en via Ewoud van der
    Hoog, geb.1789 te Willemstad, die een zoon was van Arie (1753) die burgemeester van Willemstad was,
    en een broer van de grootvader van Pieter van der Hoog, de scheepsreder.
    Mijn broer Ewoud is momenteel in het buitenland maar hij weet meer over alles, u hoort nog..
    Vriendelijke groeten van Saskia Bon

  3. yvonne van der hoog

    Ik heb het verhaal met plezier gelezen. Interessant/leuk verhaal!!
    Yvonne van der Hoog

  4. chila van der Bas

    Heel interessant! Vooral natuurlijk om te lezen over mijn (voor)naamgenoten. Met vriendelijke groet, Chila van der Bas

    • admin

      Leuk dat bepaalde namen in de familie blijven! De naam Chila komt echt bij de reder z’n 1e vrouw vandaan. Alleen werd het wel eens als Chiela of Giela geschreven, dat gebeurde vroeger regelmatig..
      Was Chila vd.Bas-vd.Hoog je grootmoeder of overgrootmoeder?
      Mvg, Riet

  5. chila van der Bas

    Ha Riet, Dank voor het interessante stuk. Ik heb het (nogmaals) met plezier gelezen. Chila vd Bas-vd Hoog was mijn grootmoeder. Ik ben de dochter van Jan, haar jongste zoon. Hij is op dit moment haar nog enig levende kind en hoopt 25 feb a.s. 90 jaar te worden. Hartelijke groet, Chila van der Bas

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *