kapitein Rein Bleeker

zeevaartschool in Harlingen

Rein Douwes Bleeker werd in 1844 in Harlingen geboren. Hij was een zoon van Douwe Reins Bleeker (1816-1887) en Trijntje Willemsd. Jager (1818-1860). Volgens de website van J. Bleeker over het oudste huis van Ameland en de Bleekers-familie aldaar is Rein Bleeker uit Harlingen geen familie van de Amelanders. Als 13-jarige jongen ging hij varen op de Oostzeevaart. In de winter van 1859 en 1860 bezocht hij de Zeevaartschool te Harlingen maar.. was beide keren “weer naar zee gegaan als ligtmatroos”. In het Register van die school staat hij te boek als een leerling met een “levendig en werkzaam gedrag” en met een “zeer vlugge vatbaarheid”, kortom het kapiteinschap wenkte aan zijn horizon. Maar van het halen van diploma’s wordt verder niet meer gerept; wellicht was hij één van degenen die ook zonder diploma’s stuurman en kapitein op grote schepen werden. In dit geval van Rein Bleeker een heel goede ook! In 1876 trouwde Rein Bleeker met Aletta Helena Eisma (geboren in 1852). Wanneer hij precies stuurman werd is niet bekend. Maar in 1877 moet hij eerste stuurman op de 703 tons houten bark “Amstelstroom” zijn geweest, want in dat jaar verving hij op dat schip kapitein J. Appel. Ze voeren voor reder P.H. Kaars Sijpestein te Krommenie. (dit schip was in 1857 gebouwd als houten fregat onder de naam “Acadia” en voer toen voor reder F.A. Jas te Amsterdam). In de Harlinger Courant van 7 maart 1878, onder Scheepvaartberichten, kun je lezen dat Kapt. R. Bleeker op 11 januari 1878 uit Passaroeang vertrok met de “Amstelstroom” met bestemming Amsterdam.
In mei 1879 werd Bleeker met vlagnummer H86 ingeschreven als lid van van het Harlinger zeemanscollege “Zeemansvoorzorg”. Zijn schip was de brik
“Zuiderzee”, boekhouders Zeilmaker & Co. te Harlingen. De contributie werd voldaan door zijn vrouw Aletta Helena Eisma. Ten tijde van de inschrijving had het echtpaar 1 kind.  In augustus 1906 werd aan R. Bleeker toegestaan door het college om 500 gulden te ontvangen in 10 halfjaarlijkse termijnen (fol. 160).  Hij bleef van 1879 tot 1912 lid van het College “Zeemansvoorzorg”.

Hij werd dus echt kapitein in 1879 (nadat hij daarvoor kapt. Appel had vervangen op de “Amstelstroom”) op de 34 jaar oude Harlinger brik “Zuiderzee”, een schip van 180 ton. De “Zuiderzee” was in 1845 gebouwd door D&A Alta te Harlingen. Met dit schip leed hij op 2 september 1880 schipbreuk in de Barentszee. Komende van Archangel met een lading teer en pek voor Harlingen zonk het schip beNW Hammerfest. (op 710 NB, 220 OL). De oorzaak is (nog..) onbekend. Kapitein Bleeker, zijn vrouw Aletta, hun 1½-jarige zoontje Douwe Rein (1879-1944) en de zes man equipage werden gered door het Engelsche schip “Margret” onder bevel van captain Parsons. Op 4 oktober werden ze te Newcastle on Tyne aan land gebracht. Waarschijnlijk is hij daarna 1ste stuurman geworden op de 915 tons Amsterdamse clipperbark “Thorbecke III” (van reder A.H. Meursing te Nieuwendam-Amsterdam, gebouwd in 1878), want in 1881 zien we hem vermeld als waarnemend gezagvoerder op dat schip. Hij voer op dat schip tot 1883.

Daarna  kwam Rein Bleeker  in dienst bij Pieter van der Hoog. Hij werd de eerste gezagvoerder van de bark “Anna Aleida” van 1886 tot 1891. Zijn dochter Reina werd in 1890 aan boord van de “Anna Aleida” “voorspoedig” geboren! Op de Atlantische Oceaan op 46’15 N.B. en 31’12 W.L. Vader Rein was toen 46 jaar en zijn vrouw Aletta 37 jaar.  Aan de wand van het oudste huis van Ameland (zie site Jan Bleeker over oudste huis Ameland) hing hier een ingelijste foto, die gemaakt was van een schilderij van R.A. Borstel, voorstellende de ijzeren bark “Anna Aleida” uit 1886 van de rederij P. v.d. Hoog uit Krimpen aan de Lek. Dus er zijn twee mogelijkheden: of kapitein Rein Bleeker had toch familie op Ameland of er heeft een Bleeker van Ameland op de Anna Aleida gevaren.. (wie weet wordt dat raadsel nog eens opgelost..)

Op de “Martina Johanna” voer hij van 1891 tot 1892.

Vanaf de nieuwbouw van het schip in 1893 tot 1902 was hij kapitein op de viermastbark “Jeannette Francoise”. Met uitzondering van het jaar 1897, toen werd hij voor een reis vervangen door kapitein R.H. Vil.

Bleeker had zijn hele leven (tenminste.. de weinige keren dat hij aan wal verbleef) in Harlingen gewoond. Maar op 1 mei 1899 verhuisde het gezin naar Haarlem. En op 5 november 1900 van Haarlem naar Amsterdam. Beide keren was Bleeker zelf op zee. Bij zijn thuiskomst uit New York in september 1902 trad hij in dienst van W. Bus’ Stoomboot Maatschappij. Of hij daar minder goed functioneerde, dan wel niet met de oude heer Bus overweg kon, vermeldt de historie niet. Om de heer Bus (in 1907) als directeur op te volgen, zal wel niet in de bedoeling hebben gelegen, daarvoor was Rein Bleeker met 58 jaar al te oud. Om bij die maatschappij de hem wel bekende, maar zoveel jongere kapitein Teunis Pronker boven zich te zien komen, moet voor Rein Bleeker moeilijk zijn geweest. Bleeker vertrok al snel nadat Teunis Pronker bij Bus tot tweede directeur benoemd was.

Tenslotte werd hij gezagvoerder op de SS.”Flores” van de Stoomvaart Mij. Nederland te Amsterdam van 1917 tot 1919.