Jeannette Francoise

waarschijnlijk de maidentrip van de "Jeannette Francoise"
foto, waarschijnlijk genomen tijdens de maidentrip van de “Jeannette Francoise”

In een periode waarin veel reders overgingen op stoomschepen bleef Pieter trouw aan het zeil. Wind was nog steeds gratis! Hij kon niet geloven dat

de tewaterlating op de werf van J&K Smit in Krimpen aan de Lek, duidelijk is de rederijvlag, de naamvlag Jeannette Francoise en de kapt.vlag met nr.H-51 te zien
de tewaterlating op de werf van J&K Smit in Krimpen aan de Lek, duidelijk is de rederijvlag, de naamvlag Jeannette Francoise en de kapt.vlag met nr.H-51 te zien

er een tijd zou komen dat zeilvrachtvaart tot de historie zou behoren.. Hij zag nog mogelijkheden genoeg! Er was heel veel vraag naar steenkool: de stoomvaart, de spoorwegen in Azië en Australië, de fabrieken met hun stoommachines, allemaal hadden ze kolen nodig! Zeilschepen met bulkruimen waren daar geschikt voor, de stoomschepen moesten ook hun machines bergen in het ruim. Ook was er vraag naar de guano en salpeter uit Zuid-Amerika. En er was veel vraag naar zeilschepen met een grote laadcapaciteit om lampolie (kerosine) te vervoeren vanuit Amerika naar Europa, maar ook naar Australië, India, Japan en China. Dus Pieter ging een viermastschip op stapel zetten. Er was al eens een houten viermaster in Nederland gebouwd. Maar met deze grote stalen viermaster ging Pieter zeer de aandacht trekken. Het werd weer gebouwd op de werf van zijn vrienden en zakenpartners Jan en Kees Smit. Het draagvermogen was 3250 ton en de bruto registertonnemaat bedroeg 2231, waarmee het schip het grootste Nederlandse zeilschip werd. Op 30 november 1892 werd het prachtige schip te water gelaten onder zeer grote belangstelling. Het werd Jeannette Francoise genoemd naar Jeannette Francoise Beckman, de vrouw van Hendrik Smit. [HENDRIK SMIT, geboren te Kinderdijk 17 februari 1848, overleden te Kinderdijk 23 januari 1912, scheepsbouwmeester, trouwde in Nieuw Lekkerland op 22 oktober 1869 met JEANNETTE FRANCOISE BECKMAN, geboren in Leiden 13 mei 1844, overleden in Charlois, 24 april 1921, uit dit huwelijk werden 7 kinderen geboren waaronder Johanna Maria in 1874 die in 1896 trouwt met Jan Rijkee (geb. in 1868) uit Katendrecht, de scheepsbouwmeester en commissaris van de Smit&Co machinefabriek in Kinderdijk]. Uit deze naamgeving kun je concluderen dat de Smitten weer aandelen in de schepen van Pieter hadden.

In een krant stond het volgende bericht: “Woensdag, 30 november 1892, een dichte mensenmassa op de werf van J.

het voorschip van de JF, het boegbeeld is duidelijk te zien
de tewaterlating, de achterkant raakt net het water..
de tewaterlating, de achterkant raakt net het water..

Smit te Krimpen a/d Lek. Vol bewondering staart zij op de kolossus die zich als een reus boven zijn omgeving verheft. Met geestdrift wacht de menigte het beslissend ogenblik af waarop het trotse zeekasteel voor de eerste maal de wateren zal splijten. Sierlijk van vorm in hare elegance en interessante grootheid staat ze te pronken. Er klinken doffe slagen, onder diepe stilte, met vaste gang en dan onder donderend hoera, betreedt het grootste zeilschip van Nederland majestueus de vloed om door eigen kracht de wateren om haar steven te doen spatten en Neerlands vloot is opnieuw verrijkt met een der schoonste bodems.”

Volgens kenners had het schip mooie lijnen maar was het tuig nogal laag. Er zijn daarom ook geen snelle reizen van de JF bekend.

 

Er werden in de scheepvaartwereld natuurlijk flinke discussies gevoerd in die overgangstijd tussen zeil en stoom. Pieter werd voor conservatief versleten maar dat laat hij niet op zich zitten. Hij mengt zich in de discussie en schrijft een pittig stuk in Dagblad Scheepvaart in januari 1893, vlak voor het in de vaart komen van de JF. Hij wilde aantonen dat goed getuigde viermasters beter varen en veiliger zijn. Hij eindigt het stuk zo: “Meneer de Redacteur ik dank u bij voorbaat voor de mij toegestane ruimte. Ik hoop mijn doel bereikt te hebben en in korte trekken te hebben aangetoond, dat schepen getuigd als 4 of 5 masters wat veiligheid betreft, ver te verkiezen zijn boven schepen van dezelfde grootte die als fregat of barkschip getuigd zijn. P. VAN DER HOOG, Oudgezagvoerder en reeder.

afgemeerd bij het Poortgebouw aan de Binnenhaven
afgemeerd bij het Poortgebouw aan de Binnenhaven

In maart 1893 ligt de JF in de Binnenhaven bij het Poortgebouw in Rotterdam. Iedereen mag het schip komen bezichtigen. Pieter is zakelijk genoeg om de belangstellenden toegang te laten betalen. De opbrengst is voor een goed doel: het fonds voor zeevarende

bezoekers op het nieuw gebouwde schip
bezoekers op het nieuw gebouwde schip

armen van de Maatschappij tot Nut van de Zeevaart.maart 1893,Jeann.Fr

In het NRC van 18 juni 1899 stond het volgende bericht:

“Krimpen aan de Lek, 17 juni. Volgens bij de reder ontvangen telegrafisch bericht is het Nederlandse schip JEANNETTE FRANÇOISE, kapt. Bleeker, van Amsterdam te Batavia gearriveerd. Alles wel.”

De JF was overal te vinden waar vracht te halen was. Enkele overtochten duurden zo lang dat het schip opnieuw verzekerd moest worden.

De 1e kapitein van de JF was Rein Bleeker uit Harlingen. Hij was kapitein van 1893 tot 1901, alleen in 1897 werd hij voor één reis vervangen door kapitein R.H. Vil. Die liet in dat ene jaar meteen een schilderij van de JF maken toen het in Australië lag. Hij was vast heel trots op het mooie schip. Het schilderij bleef jaren in de familie, pas in 2001 is het door een nazaat van Vil aan het Noordelijk Scheepvaartmuseum geschonken. In 1900 en in 1902 rondde Bleeker met de JF Kaap Hoorn.

Jeannette Francoise, olieverf op doek rond 1897, Australische schilder Arthur Victor Gregory, hangt in Noordelijk Scheepvaart Museum
Jeannette Francoise, olieverf op doek rond 1897, Australische schilder Arthur Victor Gregory, hangt in Noordelijk Scheepvaart Museum, geschonken door nazaat van kapt. Vil

Daarna werd H. Duit Dzn. kapitein, hij rondde in 1903 Kaap Hoorn. In 1904 werd G.P.J. Visser kapitein, hij bleef dat aan zijn overlijden in 1911 in Rio de Janeiro. Over Gool Visser is redelijk wat bekend, zie het submenu. In het orgaan van de Cultuurhistorische Vereniging Vlieland “Tien Eeuwen Eylandt Flielandt” schreef Ton Pronker: “De Vlielander Kapitein Gool Visser was de laatste kapitein van de Nederlandsche Groote Zeilvaart die met de viermaster Jeannette Francoise om Kaap Hoorn voer”.

kaart met afbeelding van de Jeannette Francoise, te koop in het Maritiem Museum in Rotterdam (origineel is een schilderij van scheepsschilder C.A. de Vries)
kaart met afbeelding van de Jeannette Francoise, te koop in het Maritiem Museum in Rotterdam (origineel is een schilderij van scheepsschilder C.A. de Vries)

In 1906 overleed Pieter. Het boekhouderschap van de JF ging over in handen van Cornelis Lels van de rederij Murk Lels te Rotterdam. Die verkocht de JF in 1910 aan reder J. Vroege uit Alblasserdam. Voor reder Vroege vertrok de JF op 8 oktober 1910 vanuit Rotterdam met stukgoed naar Batavia. Met deze reis was de “Jeannette Francoise” het laatste Nederlandse zeilschip dat een lading van Holland naar Java bracht. In april 1911 vertrok het schip vanuit Soerabaja naar Adelaide in Australië.

In het Marineblad (jaargang 27, nr.8) van 1912-1913 vond ik het volgende artikel: “De laatste der Mohikanen. De viermaster Jeannette Francoise is aan eene Duitse reederij te Hamburg verkocht. Het is het laatste groote Hollandsche Zeilschip, dat nog de Oceanen bevoer. De Hollandsche Zeilvloot bestaat nu nog slechts uit Schoeners en Tjalken.” En in nr. 9 van het Marineblad kun je lezen: “Vermelding verdient dat in 1912 het laatste groote Nederlandsche zeilschip, de Jeannette Francoise (2292 tons) in vreemde handen overging; zoodat van de geheele grote zeilvloot onder Nederlandsche vlag die rond 1860 nog uit plm. 2000 zeilschepen bestond niets overblijft dan plm. 400 kleine scheepen, bijna uitsluitend voor de kustvaart bestemd.”

In 1913 werd de viermaster naar Duitsland verkocht. Voor 8000 pond kocht rederij C. Krabbenhöft & Bock uit Hamburg het schip. De Duitse reder verhoogde en verplaatste de masten. Het schip kreeg een nieuwe naam: “Carl” en werd ingezet op de salpetervaart. Daarna werd het nog naar Noorwegen verkocht in 1921 voor 950 pond en kreeg de naam “Souvenir”. Drie jaar later verkochten de Noren het aan een sloopbedrijf in Terneuzen (scheepssloperij De Klerk) voor 3150 pond..

Jeannette Francoise in de fles..
Jeannette Francoise in de fles..

Ergens moet er nog een heel mooi “scheepje in de fles” zijn van de JF. Het verhaal gaat dat het gemaakt is door een kok aan boord van het schip. Wie weet er meer van?? Er is ooit door iemand een prachtige opname van gemaakt. Maar waar is de fles met de “Jeannette Francoise”..??

Behalve scheepjes in flessen werd er nog wel meer geknutseld in rustige uurtjes aan boord.. Dit plaatje vond ik op Maritiem Digitaal. Het kunststukje wordt bewaard in het Noordelijk Scheepvaartmuseum.

blaadje karton met gedroogd boomblad met voorstelling beschilderd van de "Jeannette Francoise"
blaadje karton met gedroogd boomblad met voorstelling van de “Jeannette Francoise”