Geertruida Gerarda (2)

WVC_3325kl

De twintigste eeuw gaf veel veranderingen in het zakenleven van Pieter. Er was veel gewijzigd in z’n rederij; Pieter verloor in twee jaar tijd drie schepen..!

Geertruida Gerarda naar een schilderij van de scheepsschilder C.A.de Vries
Geertruida Gerarda naar een schilderij van de scheepsschilder C.A.de Vries

Maar hij verloor geen ondernemingsmoed. Hij bleef mogelijkheden zien voor de exploitatie van nog weer een nieuwe viermastbark! De kiel van zijn laatste nieuwe schip werd op 27 september 1902 gelegd. Op 19 november 1904 liep het laatste en grootste zeilschip wat ooit in Nederland gebouwd is van stapel op de werf van J&K. Smit te Krimpen aan de Lek. De tweede Geertruida Gerarda was een schip van 2505 brutoregisterton en met een laadvermogen van 3800 ton. Alhoewel het dubbele bramzeilen voerde was het toch niet zwaar getuigd. Het was een mooi schip om te zien met goede lijnen. Toch maakte het net zo min als de Jeannette Francoise ooit snelle reizen. De tuigage was verzorgd door de firma Hoogerwerf uit Vlaardingen. De afmetingen van de Geertruida Gerarda waren: 89,27 meter lang en 13,55 m breed. Holte 7,93 meter en diepgang 6,20 meter. Het zeiloppervlak bedroeg 2.608 m2. De bovenbramra’s waren van hout en hadden een lengte van 13,6 mtr. De middenbramra’s waren 16,5 mtr en de onderbramra’s 20 mtr. Het schip had 2 dekken en 5 schotten (dus 4 ruimen). Het kreeg het naamsein NSQV. De viermaster werd weer Geertruida Gerarda genoemd, naar de echtgenote van Pieter´s vriend en zakenpartner Kees Smit. Het schip kreeg een prachtig boegbeeld: twee zeemeerminnen die het wapen van Krimpen aan de Lek droegen.

Pieter met kapitein Kuipers en versch. heren Smit aan boord van de Geertruida Gerarda op 20 april 1906
aan boord van de Geertruida Gerarda op 20 april 1905, van links naar rechts: Jan Smit, Van Halewijn, Kees Smit, H.vd.Horst vd.Hil jr, Pieter, Frits Smit de zoon van Hendrik, Hendrik Smit, kapitein Kuipers

De stapelloop was een spectaculair iets. Er was zeer veel belangstelling. Mijn opa (Willem van der Hoog, 1892-1977) vertelde er regelmatig over, hij heeft samen met zijn neefje (Adrianus Pieter van der Hoog, 1896-1985) als 12-jarige jongen de bootafloop meegemaakt. Adrie was 8 jaar en heeft er in 1983 (op 87-jarige leeftijd!) in een brief over geschreven: Al heel jong hoorde ik in ons gezin over de schepen en als dreumes van 8 jaar ben ik er bij geweest toen in 1904 de viermaster te water ging. Ik weet nog Opa te midden van vele heren de hand gedrukt te hebben, maar verder heugt mij niets…” Heel bijzonder was dat de gehele gebeurtenis gefilmd is.  De officiële titel van deze 35 mm-film luidde: Het van stapel loopen van het viermast Barkschip ‘Geertruida Gerarda’ gebouwd op de Werf v/d. Heeren J. & K. Smit, Krimpen a/d. Lek.” Het was een opname van cameraman Stefan Hofbauer, productiemaatschappij Casino Variété. Deze zwart-wit film zonder geluid werd later, op 24 november 1904, aan het personeel van de scheepswerf in het Casino in Rotterdam vertoond. In later jaren is er verschillende keren gezocht en navraag gedaan naar deze film die toch best uniek is, tot nu toe zonder resultaat helaas.

KuipersDe bemanning bestond uit 29 man, waaronder 4 stuurmansleerlingen. Kapitein werd J. Kuipers.

De GG vertrok voor haar eerste reis op 20 april 1905 van Rotterdam naar Batavia geladen met stukgoed. Er hoefde niet meer gewacht te worden op een gunstige wind om te vertrekken. Het werd steeds meer de gewoonte om een schip door een sleepboot tot buiten het Kanaal te brengen. De kosten van een sleper wogen dikwijls niet op tegen de kosten van het soms wekenlang wachten op gunstige wind. Het werd trouwens ook te lastig om met zo’n groot zeilschip met tegenwind het Kanaal op te kruisen. Op 27 juni werd Kaap Hoorn gerond en 7 augustus arriveerden ze in Batavia.

Nadat Pieter in september 1906 overleed ging de rederij over in handen van Cornelis J. Lels in Rotterdam. Er is eerst nog overlegd met Teunis Pronker; 2 dagen na de dood van Pieter kreeg hij een briefje van Kees Smit met de vraag of hij het boekhouderschap wilde overnemen. Dat had hij graag gewild maar het was niet te combineren met zijn andere functie. De vermelding “Krimpen aan de Lek” als thuishaven op het achterschip werd overgeschilderd, dat werd nu “Rotterdam”.

bemanning GG, links van boei kapt.J.Kuipers met zwarte pet en snor en rechtsachter hem zoon Dirk die als matroos meevoer
bemanning GG, links van boei kapt.J.Kuipers met zwarte pet en snor en rechtsachter hem zoon Dirk die als matroos meevoer
kapt. Kuipers nam de moeilijke beslissing om rond Kaap de Goede Hoop te varen..
kapt. Kuipers nam de moeilijke beslissing om rond Kaap de Goede Hoop te varen.., prent Fr. Valentijn

In 1907 maakte de Geertruida Gerarda een zeer lange reis.. een reis van 172 dagen! Een beruchte reis.. waarbij ze hun pogingen om Kaap Hoorn te ronden moesten staken. Ze bleven heel lang onderweg en zeilden bijna de hele wereld rond.. Het schip vertrok 21 augustus vanuit het Bristolkanaal, door de sleepboot “Poolzee” werd het naar Port Talbot gesleept en vandaar zeilde het geladen met steenkool naar Mejillones op de Chilikust. De viermaster passeerde rond 23 november 1907 de parallel van 50 gr. Z. Toen belandden ze in een zware storm met hoge zeeën. Na veel vruchteloos getob moest kapitein Kuipers toen besluiten om via Afrika, rond Kaap de Goede Hoop (ze passeerden de Kaap op 19 december) naar Chili te zeilen.. de halve wereld rond. Op 14 maart 1908 arriveerden ze alsnog in Mejillones. In een verantwoording aan Pieter en de overige deelnemers in de partenrederij schreef hij op 15 maart 1908: “Het weder werd toen geheel anders, opeenvolgende hevige stormen van het ZW met korte hoge zee zoodat wij dagelijks grond verloren. Het schip was buitengewoon wreed en werkte zoo zwaar dat als de wind somtijds afnam, wij nog niet aan dek verkeeren konden van het water. Geen enkele wacht ging er voorbij of de meeste van het volk waren doornat, kregen daardoor ziekten, voorgewend (!) en ware.”

Geertruida Gerarda, naar een schilderij van C.A. de Vries
Geertruida Gerarda, naar een schilderij van C.A. de Vries

Kuipers vervolgde in zijn brief: “Was de zee afgenomen dat wij zeil konden zetten, dan duurde het niet lang of het was weder zeil bergen en waaide het weer dat het rookte: het was verdrietig werk, daarbij een onbekwame en daardoor onvoldoende bemanning, zoodat ik weinig beginnen kon in zulk weder. Met den derden storm waren de dekken van de hutten en kampagne opengesprongen, zoodat de equipage niet alleen altijd aan dek doornat werd, doch tevens geen drooge kooien meer had. Achter was het ook één en al water. Toen voor de vierde maal het weder hetzelfde begon te worden als de vorige dagen, besloot ik, nu het tuig nog goed was, om af te houden om de Oost, daar wij geen kans zagen om heelhuids rond de Hoorn te komen. Het was een hard besluit, doch ik rekende dat het van twee kwaden, nog het beste was.” Nadat de kolen gelost waren werden zakken salpeter geladen en werd de terugreis aanvaard. Rond Kaap Hoorn van west naar oost, bestemming Oostende. Daarna werd er cokes geladen in Rotterdam. Met deze lading, die wat poreuzer was kwam het zwaartepunt van de bark hoger te liggen en was het schip “minder wreed”. Weer rond Kaap Hoorn, naar Chaneral. Daarna terug met salpeter van Taltal naar Duinkerken. Dus ná de afgebroken Kaap Hoorn-ronding volgden drie succesvolle rondingen!

In 1911 is het schip aan Rhederei Aktien Geselschaft in Hamburg verkocht voor 157.000 DM. De naam werd toen veranderd in Olympia. De reder moest in 2 Geertruida Gerarda1919 de viermaster aan Italië uitleveren ivm. herstelbetalingen na de 1e wereldoorlog. Als Olympia werden er een paar reizen gemaakt; in 1923 is de viermaster nog een keer in Rotterdam geweest om kolen naar Napels te vervoeren. Het werd een reis met veel wederwaardigheden. De Italianen wisten eigenlijk niet goed raad met al die toegewezen schepen. De Olympia werd opgelegd en in 1926 in Genua gesloopt. Het roemloze einde van een prachtig zeilschip dat menig zeemanshart sneller had doen kloppen.

Teunis Pronker heeft tijdens een zeereis een model gemaakt van de Geertruida Gerarda. Het model is 56 cm. lang en een echt stukje zeemanshandwerk! Hij had nl. in 1900 al een uitvoerig gesprek gehad met Pieter over diens plannen om weer een viermaster te bouwen. Pieter vroeg advies aan kapitein Pronker over verschillende punten betreffende zijn nieuwe schip. Pronker maakte toen allemaal aantekeningen en ging daarmee aan boord aan de slag. Hij had wel vaker scheepsmodellen gemaakt. Toen hij in 1901 bij zijn terugkomst in Nederland van boord ging nam hij het model mee naar zijn huis in Harlingen. Na zijn overlijden kwam het bij Ton Pronker in Vlieland. Daar heeft het gestaan tot aan zijn dood.

Ook door mensen die op de werf van J&K Smit werkten werd er wel eens wat geknutseld. Zie de opname van het halfmodel van de viermaster. Het staat nu te pronken bij een nazaat in Krimpen ad Lek! En bij een familielid in Den Haag is er een leuk whiskeyglas te zien met een plaatje van de GG erop met onderschrift: “Stalen viermastbark, gebouwd in Krimpen ad Lek. Mat ruim 2400 ton en was daardoor het grootste zeilschip dat de Nederlandse handelsvloot ooit heeft gekend.”

whiskeyglas met plaatje van de GG en opschrift, in bezit van familielid
whiskeyglas met plaatje van de GG en opschrift, in bezit van familielid
halfmodel Geertruida Gerarda
halfmodel Geertruida Gerarda